AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoek tot herziening ongegrond verklaard wegens ontbreken procesbelang bij vervallen bestemmingsplan
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde op 25 juni 2014 een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van 30 november 2011, waarin het beroep van verzoeker tegen een bestemmingsplan voor een pand in Veghel ongegrond was verklaard.
Verzoeker stelde dat de raad bij het bestemmingsplan onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen, met name het bestaande gebruik van panden voor huisvesting van arbeidsmigranten. Na de eerdere uitspraak was echter een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, dat het eerdere plan had vervangen en onherroepelijk was geworden.
De Afdeling oordeelde dat het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk was omdat het bestemmingsplan waartegen het beroep was gericht niet meer het geldende plan was en verzoeker daardoor geen procesbelang had bij de beoordeling van het verzoek. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat het bestemmingsplan niet meer geldt.
Uitspraak
201306338/1/R3.
Datum uitspraak: 25 juni 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te Veghel,
om herziening (artikel 8:88 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), zoals dit luidde ten tijde van belang) van de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2011, in zaak nr. 201011978/1/R3.
Procesverloop
Bij uitspraak van 30 november 2011, in zaak nr. 201011978/1/R3, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] voor zover gericht tegen de planregeling voor het pand aan de [locatie 1] in Veghel, ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak in zoverre te herzien.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 april 2014, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, en de raad van de gemeente Veghel, vertegenwoordigd door A. Muster, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, zoals dit luidde ten tijde van belang, kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" vastgesteld. In beroep tegen dit besluit heeft [verzoeker] betoogd dat de raad geen rekening heeft gehouden met zijn belangen door het bestaande gebruik van de panden aan de [locatie 2] en [locatie 1] niet als zodanig te bestemmen. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat ten tijde van de aankoop door [verzoeker] van deze panden door de raad was toegezegd dat het gebruik voor het huisvesten van elf arbeidsmigranten was toegestaan.
3. De Afdeling stelt vast dat de raad na de uitspraak van 30 november 2011 op 28 juni 2012 het bestemmingsplan "Veghel Zuid", dat ook ziet op de [locatie 2] en [locatie 1], heeft vastgesteld. Dit plan is bij uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2013, in zaak nr. 201208182/1/R3 in rechte onaantastbaar geworden en daarmee is het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" komen te vervallen. Dat [verzoeker] per brief van 13 juli 2013, ingekomen op 15 juli 2013, alsnog tegen het bestemmingsplan "Veghel Zuid" beroep heeft ingesteld, maakt dit niet anders nu dit beroep bij uitspraak van heden, in zaak nr. 201306340/1/R3, niet-ontvankelijk is verklaard. Het bestemmingsplan "Veghel Zuid" is dan ook het geldende plan voor de bedoelde percelen aan de Merwedelaan. [verzoeker] beoogt met zijn verzoek dat de Afdeling zijn beroep tegen het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" voor zover gericht tegen de planregeling voor het pand aan de [locatie 1], alsnog gegrond verklaart en het plan voor zover het betrekking heeft op dit perceel, vernietigt. De omstandigheid dat het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" niet meer het geldende plan is voor dit perceel en is komen te vervallen, staat hier echter aan in de weg. [verzoeker] heeft dan ook geen procesbelang bij een beoordeling van zijn verzoek.
4. Het verzoek is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. R. Uylenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.