ECLI:NL:RVS:2014:2332
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [wederpartij] een boete van €3.500 op wegens vijf overtredingen van artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De rechtbank Den Haag matigde deze boete tot €2.500 en vernietigde het eerdere besluit van de minister.
De minister ging in hoger beroep tegen deze matiging en voerde aan dat de boete in overeenstemming was met het gewijzigde beleid en proportioneel was gezien de ernst en het verwijt van de overtredingen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete had gematigd zonder voldoende motivering en stelde vast dat de boete passend was, maar matigde deze licht tot €3.050.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de boete betrof en bepaalde dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij].
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €3.050 en het vonnis van de rechtbank wordt deels vernietigd.