ECLI:NL:RVS:2014:2345
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep tegen verlenging huisverbod door burgemeester Den Haag
De burgemeester van Den Haag legde op 1 oktober 2013 een huisverbod op aan een persoon met betrekking tot diens woning en verlengde dit huisverbod op 11 oktober 2013 met achttien dagen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen de verlenging gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen tot het moment van uitspraak. De burgemeester stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het belang van de burgemeester bij het hoger beroep blijft bestaan vanwege de precedentwerking van de vernietiging van het besluit. De wet stelt dat een huisverbod kan worden opgelegd als er ernstig en onmiddellijk gevaar is voor de veiligheid van personen in de woning, en kan worden verlengd als dit gevaar voortduurt.
De burgemeester stelde dat de dreiging voortduurde omdat de hulpverlening nog onvoldoende was gestart. De voorzieningenrechter had echter de brief van 17 oktober 2013 betrokken waarin sprake was van verzoening en afspraken ter voorkoming van escalaties. De Raad van State oordeelde dat op basis van deze feiten niet kon worden aangenomen dat de dreiging daadwerkelijk was opgeheven, maar dat de voorzieningenrechter ten onrechte het besluit van 11 oktober 2013 vernietigde terwijl het beroep ongegrond had moeten worden verklaard.
Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover die het beroep gegrond verklaarde en verklaarde het beroep tegen het besluit van 11 oktober 2013 alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.