ECLI:NL:RVS:2014:2351
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Sri Lanka
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde.
De staatssecretaris betoogde dat de veiligheidssituatie voor Tamils die terugkeren naar Sri Lanka niet is verslechterd en dat niet iedere Tamil een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Daarbij verwees hij naar een ambtsbericht van 2013, een uitspraak van het Britse Upper Tribunal en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Volgens hem worden activisten die een significante rol spelen in een georganiseerd separatistisch streven onderscheiden van gewone remigranten.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de veiligheidssituatie inderdaad niet is verslechterd en dat de Sri Lankaanse autoriteiten onderscheid kunnen maken tussen activisten en gewone remigranten. De vreemdeling had weliswaar aangetoond dat hij op een foto stond van een demonstratie, maar niet aannemelijk gemaakt dat hij als activist wordt beschouwd. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 juni 2014.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.