ECLI:NL:RVS:2014:2368
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot proceskostenvergoeding na intrekking besluit restitutie leges
De vreemdeling verzocht om restitutie van betaalde leges, hetgeen door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel werd afgewezen bij besluit van 5 november 2012. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna dit besluit werd ingetrokken en het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en tegen het tweede ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de intrekking van het besluit van 14 maart 2013 kan worden aangemerkt als een gedeeltelijke tegemoetkoming, waardoor een proceskostenveroordeling aangewezen is. De rechtbank had ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de proceskostenvergoeding werd afgewezen en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 974,00 en terugbetaling van het griffierecht van € 246,00 aan de vreemdeling. De rest van de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht aan de vreemdeling.