ECLI:NL:RVS:2014:2392
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over aanwijzing Archeologiepark als beschermd monument
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het Archeologiepark/Stadspark in Leidsche Rijn te Utrecht aangewezen als een door het Rijk beschermd monument. Appellanten, eigenaren van percelen binnen het gebied, voerden aan dat de archeologische waarde van hun percelen door verstoringen was verminderd en dat de aanwijzing onterecht was.
De rechtbank had de beroepen van appellanten gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd. De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de aanwijzing en de daarbij behorende richtlijn die vergunningvrijstellingen regelt, rechtmatig zijn en dat het algemeen belang zwaarder weegt dan de individuele belangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de archeologische waarde van de percelen behouden is ondanks verstoringen en dat de belangenafweging juist is gemaakt. De richtlijn als nadere omschrijving van de vergunningplicht is toegestaan. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
De uitspraak bevestigt het belang van bescherming van archeologische monumenten en de ruimte voor de minister om de reikwijdte van vergunningplicht praktisch vorm te geven, waarbij het algemeen belang prevaleert boven individuele belangen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van appellanten ongegrond.