ECLI:NL:RVS:2014:2423
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot kindgebonden budget wegens niet-rechtmatig verblijf
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot kindgebonden budget over 2011 voor appellante, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, op nihil en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de belangen van haar dochter onvoldoende waren meegewogen en dat de weigering in strijd was met het non-discriminatiebeginsel van het EVRM en het recht op respect voor het gezinsleven. De Raad van State overwoog dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op uitkeringen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt voor het onderscheid.
De Raad van State concludeerde dat de Belastingdienst/Toeslagen zich voldoende rekenschap had gegeven van de belangen van het kind en dat geen zeer bijzondere omstandigheden waren aangetoond die het koppelingsbeginsel buiten toepassing zouden laten. Ook het beroep op medische omstandigheden en het onvermogen Nederland te verlaten faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het voorschot kindgebonden budget bevestigd.