ECLI:NL:RVS:2014:2446
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake preventieve last onder dwangsom mestlozing
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas legde op 12 februari 2013 aan appellant een last onder dwangsom op vanwege het lozen van mesthoudend water op oppervlaktewater. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het besluit onterecht was omdat er geen klaarblijkelijk gevaar voor overtreding bestond en dat de last niet aan hem kon worden gericht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State stelde vast dat het een preventieve last onder dwangsom betrof, hetgeen de rechtbank ten onrechte had miskend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dagelijks bestuur op goede gronden aannam dat er een klaarblijkelijk gevaar voor overtreding bestond, gezien de constatering van volle mestputten en meststoffen in de nabijgelegen waterloop. Het bezwaar dat de last niet aan appellant kon worden gericht, faalde eveneens omdat het ging om het voorkomen van lozingen vanuit zijn bedrijf.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van het waterschap ongegrond. Tevens veroordeelde zij het waterschap tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het waterschap wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.