ECLI:NL:RVS:2014:2453

Raad van State

Datum uitspraak
25 juni 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
201402505/2/R6
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C. Kranenburg
  • L.C. Lodeweges
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitwerkingsplan Nijeveen-Danninge Erve Zuid fase 2

Het college van burgemeester en wethouders van Meppel stelde op 28 januari 2014 het uitwerkingsplan 'Nijeveen-Danninge Erve Zuid, fase 2' vast. Hiertegen hebben verzoeker en anderen beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verzoeker en anderen vroegen vervolgens de voorzitter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit te schorsen. De voorzitter behandelde het verzoek op 10 juni 2014, waarbij beide partijen werden gehoord.

De voorzitter oordeelde dat aangezien het hoofdgeding (zaak nr. 201402505/1/R6) reeds op dezelfde dag was beslist, er geen reden meer was voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitwerkingsplan wordt afgewezen omdat het hoofdgeding reeds is beslist.

Uitspraak

201402505/2/R6.
Datum uitspraak: 25 juni 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker] en anderen, allen wonend te Nijeveen, gemeente Meppel,
en
het college van burgemeester en wethouders van Meppel,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 28 januari 2014 heeft het college het uitwerkingsplan "Nijeveen-Danninge Erve Zuid, fase 2" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.
[verzoeker] en anderen hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juni 2014, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door W. Roetert, J. Kloosterman en J. van den Bosch, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van heden, in zaak nr. 201402505/1/R6, heeft de Afdeling op het beroep van [verzoeker] en anderen tegen het besluit van 28 januari 2014 beslist. Derhalve is er geen geding meer en dient het verzoek te worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, ambtenaar van staat.
w.g. Kranenburg w.g. Lodeweges
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2014
625.