ECLI:NL:RVS:2014:248
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kosten
De Belastingdienst heeft bij besluiten van 11 november 2011 de voorschotten kinderopvangtoeslag voor de jaren 2008, 2009 en 2010 aan appellant herzien en vastgesteld op nihil. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden bij besluit van 3 mei 2012 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst te laat had beslist op zijn bezwaren en dat het verweerschrift van de Belastingdienst ten onrechte werd betrokken bij de beoordeling. Deze bezwaren werden verworpen omdat de wetgever geen sanctie aan te late beslissingen verbindt en appellant niet in zijn procesbelangen was geschaad.
Voorts voerde appellant aan dat hij wel degelijk kosten van kinderopvang had gemaakt, onderbouwd met facturen, jaaroverzichten en verklaringen van de gastouder. De Afdeling oordeelde dat deze stukken onvoldoende aanknopingspunten boden en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij kosten had gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.