ECLI:NL:RVS:2014:2481
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- R. Uylenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning grand café wegens onvoldoende motivering geluidbelasting
Het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende verleende op 17 mei 2011 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een grand café met terras en andere functies op een perceel in Heeze. Na diverse procedures en een tussenuitspraak van de rechtbank werd het besluit van 17 mei 2011 gewijzigd op 4 juni 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 17 mei 2011 gegrond en vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en wees het beroep tegen het besluit van 4 juni 2012 af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het de geluidbelasting op de hoogst belaste punten had beoordeeld en waarom het grand café aanvaardbaar was, ook als het referentieniveau zou worden overschreden. Het college had ter uitvoering van de tussenuitspraak een nieuw besluit genomen op 25 februari 2014, waarbij aanvullende geluidsberekeningen werden gemaakt. Deze berekeningen toonden aan dat de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet werden overschreden, ook rekening houdend met de aanvoer van bier via een tankwagen.
Appellant voerde diverse bezwaren aan, waaronder onvoldoende beoordeling van geluidbelasting op bepaalde gevelpunten, onderschatting van geluid door de tankwagen, en het niet betrekken van terrasgeluid. De Afdeling verwierp deze bezwaren na zorgvuldige motivering. Wel vernietigde de Afdeling het besluit van 4 juni 2012 en verklaarde het beroep daartegen gegrond. Het beroep tegen het besluit van 25 februari 2014 werd ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 4 juni 2012 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd; het beroep tegen het besluit van 25 februari 2014 wordt ongegrond verklaard.