ECLI:NL:RVS:2014:2521
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma na weigering ademonderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig en legde hem de verplichting op deel te nemen aan een alcoholslotprogramma (asp) na een melding van de politie dat appellant vermoedelijk onder invloed was van alcohol. Appellant werd gecontroleerd op verdenking van diefstal van een aanhanger en vertoonde tekenen van alcoholgebruik. Hij weigerde mee te werken aan een ademonderzoek, wat leidde tot het besluit van het CBR.
Appellant voerde aan dat hij niet had geweigerd mee te werken aan het ademonderzoek en dat hij niet ter ontnuchtering was ingesloten, maar vanwege de verdenking van diefstal. De rechtbank oordeelde echter dat het CBR terecht uitging van de juistheid van het proces-verbaal dat op ambtseed was opgemaakt. De enkele stelling van appellant was onvoldoende om hiervan af te wijken.
De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft het besluit van het CBR in stand dat het rijbewijs ongeldig is verklaard en dat appellant verplicht is deel te nemen aan het alcoholslotprogramma.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs en oplegging van een alcoholslotprogramma blijft in stand.