ECLI:NL:RVS:2014:2552
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na toetsing bestuursrechter
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 5 november 2013 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de grieven 1 tot en met 4 geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de voorzieningenrechter, omdat deze geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De vreemdeling stelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte terughoudend had getoetst en dat een volledige toetsing van feiten en recht had moeten plaatsvinden conform artikel 46 van Pro richtlijn 2013/32/EU.
De Raad van State verwees naar het arrest van het Hof van Justitie waarin is bepaald dat lidstaten zich tijdens de omzettingstermijn van een richtlijn moeten onthouden van maatregelen die de verwezenlijking van het richtlijnresultaat ernstig in gevaar brengen. Echter, dit betekent niet dat de richtlijn al volledig toegepast moet worden vóór het verstrijken van de omzettingstermijn. De voorzieningenrechter had derhalve terecht een terughoudende toets gehanteerd. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2014 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt afgewezen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.