ECLI:NL:RVS:2014:2555
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod vreemdeling ondanks rechtmatig verblijf
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 7 januari 2013 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het inreisverbod. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen terugkeerbesluit ten grondslag ligt aan het inreisverbod. Het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, verkregen door een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, schort het terugkeerbesluit slechts op en doet het niet vervallen. Hierdoor blijft het inreisverbod rechtsgeldig.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling die onder meer stelden dat de Terugkeerrichtlijn niet op hem van toepassing zou zijn, dat het EVRM onvoldoende werd gerespecteerd, en dat het inreisverbod onterecht was vanwege eerdere ongewenstverklaring. De Raad van State bevestigt dat de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde en dat het inreisverbod voor tien jaar terecht is opgelegd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.