ECLI:NL:RVS:2014:2569
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris beëindigde het verblijfsrecht van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan met ingang van 7 april 2010 en legde haar een vertrekplicht op. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het betoog van de vreemdeling niet als een beroep op artikel 8.15, vierde lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 had opgevat. De staatssecretaris had onvoldoende beoordeeld of de vreemdeling voorafgaand aan haar huwelijk met de referent een duurzame relatie had, terwijl dit relevant was voor de toepasselijkheid van het verblijfsrecht.
Verder werd vastgesteld dat het besluit van 16 augustus 2013, waarin het bezwaar tegen het terugkeerbesluit werd afgewezen, ondeugdelijk was gemotiveerd in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.