ECLI:NL:RVS:2014:257
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W.L. Loeb
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning inzake acceptatie en opslag afvalstoffen wegens ontoereikende goedkeuringsregeling en onduidelijke voorschriften
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 30 mei 2012 een vergunning aan appellante voor het accepteren, opslaan en sorteren van afvalstoffen op een locatie te Noord-Holland. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat bepaalde vergunningvoorschriften onredelijke lastenverzwaring veroorzaken en onduidelijk zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en overwogen dat het college beoordelingsvrijheid heeft bij het verbinden van voorschriften aan de vergunning, maar dat de voorschriften wel duidelijk en toereikend gemotiveerd moeten zijn. De Afdeling oordeelde dat het college terecht een op de inrichting toegesneden A&V-beleid en AO/IC mocht verlangen, maar dat het ontbreken van een goedkeuringsregeling voor niet-vergunde afvalstoffen die vergelijkbaar zijn met vergunde afvalstoffen onvoldoende is gemotiveerd.
Verder werden enkele voorschriften over stofemissie en afzuiging als voldoende duidelijk en navolgbaar beoordeeld, terwijl voorschriften over het retourneren van niet-geaccepteerde afvalstoffen en over de opslag van organisch composteerbaar afval onvoldoende gemotiveerd en onduidelijk waren. De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde het besluit voor die onderdelen en gelastte het college een nieuw besluit te nemen. Het griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd voor specifieke vergunningvoorschriften en het ontbreken van een goedkeuringsregeling.