ECLI:NL:RVS:2014:2593
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering en privaatrechtelijke belemmering
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 6 februari 2012 een omgevingsvergunning voor het veranderen en vergroten van een garage tot woning. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en werd het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het college herzag het besluit op 22 april 2013 en verleende ontheffing van de bouwverordening, wat tot nieuw beroep leidde.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde bij tussenuitspraak op 5 maart 2014 vast dat het besluit van 22 april 2013 onvoldoende was gemotiveerd omtrent de mogelijkheid tot reiniging en onderhoud van een tussenruimte en dat er een evidente privaatrechtelijke belemmering bestond. Het college herroept daarop het oorspronkelijke besluit en weigert de vergunning bij besluit van 13 mei 2014.
De Afdeling oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 22 april 2013 gegrond is en vernietigt dit besluit. Het beroep tegen het besluit van 13 mei 2014 wordt ongegrond verklaard omdat de vergunning inmiddels terecht is geweigerd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant en anderen.
Uitkomst: Het besluit van 22 april 2013 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en privaatrechtelijke belemmering; het beroep tegen het besluit van 13 mei 2014 wordt ongegrond verklaard.