Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2014:2616

Raad van State

Datum uitspraak
16 juli 2014
Publicatiedatum
16 juli 2014
Zaaknummer
201307405/1/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.H. van Kreveld
  • J. Kramer
  • D.J.C. van den Broek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:114 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen omgevingsvergunning bouw woning

Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge verleende op 21 mei 2012 een omgevingsvergunning aan appellant voor het bouwen van een woning op een perceel te Oudenbosch. Wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat wederpartij belanghebbende was bij het besluit. De afstand van ongeveer 150 meter tussen de woning van wederpartij en het bouwplan, gecombineerd met de belemmering van het zicht door begroeiing en een bestaande woning aan de overzijde, leidt ertoe dat wederpartij niet rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt.

De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartij ongegrond. Tevens werd het nieuwe besluit van het college van 17 oktober 2013 vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht door appellant werd terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

Uitspraak

201307405/1/A1.
Datum uitspraak: 16 juli 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Hoeven, gemeente Halderberge,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 juni 2013 in zaak nr. 13/480 in het geding tussen:
[wederpartij A] en [wederpartij B], beiden wonend te Oudenbosch, gemeente Halderberge (hierna tezamen en in enkelvoud: [wederpartij])
en
het college van burgemeester en wethouders van Halderberge.
Procesverloop
Bij besluit van 21 mei 2012 heeft het college [appellant] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie] te Oudenbosch (hierna: het perceel).
Bij besluit, verzonden 6 december 2012, heeft het college, voor zover thans van belang, het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar
niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 28 juni 2013 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit, verzonden 6 december 2012 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[wederpartij] heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Bij besluit, verzonden 17 oktober 2013, heeft het college ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank opnieuw op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar besloten en dit opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.
[wederpartij] en [appellant] hebben daarop bij brieven van respectievelijk 6 november 2013 en 21 november 2013 een schriftelijke reactie gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.W. Verhoeven, advocaat te Breda, en het college, vertegenwoordigd door N.J.M.A. Onrust, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn daar [wederpartij A] en [wederpartij B], bijgestaan door mr. M.P. Wolf, advocaat te Breda, gehoord.
Overwegingen
1. Het bouwplan voorziet in het realiseren van een vrijstaande woning op het perceel.
2. [appellant] betoogt dat de rechtbank [wederpartij] ten onrechte belanghebbend heeft geacht bij het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Volgens hem heeft het college het bezwaar van [wederpartij] terecht niet-ontvankelijk verklaard, nu de afstand van de woning van [wederpartij] tot aan het bouwplan ongeveer 150 m bedraagt en het zicht op de locatie van het bouwplan vanuit zowel de woning als de tuin van [wederpartij], aanzienlijk wordt beperkt door de aanwezige begroeiing in de tuin van [wederpartij].
2.1. Niet in geschil is dat de afstand van het perceel van [wederpartij] tot de beoogde woning van [appellant] ongeveer 150 m bedraagt.
Gelet op die afstand is het belang van [wederpartij] niet rechtstreeks bij de verlening van de omgevingsvergunning betrokken, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het zicht dat [wederpartij] op het bouwplan heeft, zowel vanuit zijn woning als vanaf zijn perceel wordt beperkt door de aanwezige begroeiing in zijn tuin, in de vorm van een boom, alsmede een haag van 1,50 m tot 1,80 m hoog. Personen van een gemiddelde lengte hebben daardoor, zoals de rechtbank heeft overwogen, vanuit zowel de ramen op de begane grond, als die op de eerste verdieping van de woning, alsmede vanuit de tuin, weinig of geen zicht op het bouwplan. Daarnaast is van belang dat in het verlengde van de zichtlijn in de richting van het bouwplan, aan de overzijde van de straat waar de woning van [appellant] is beoogd, zich reeds een woning bevindt, te weten de woning Moerdijksestraat 57, die de zichtlijn in de bestaande situatie reeds onderbreekt. Het zicht dat [wederpartij] op het bouwplan heeft, is daarom niet dusdanig, dat hij ondanks de genoemde afstand, als belanghebbende bij het besluit moet worden aangemerkt. Ook de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan, te weten de bouw van één woning op de genoemde afstand, maakt niet dat [wederpartij] door het besluit rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Het betoog slaagt.
3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van het college, verzonden 6 december 2012, met kenmerk 262079, alsnog ongegrond verklaren.
4. Het besluit van het college, verzonden 17 oktober 2013, met kenmerk 283139, wordt, gelet op artikel 6:24, gelezen in verbinding met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.
Nu met de vernietiging van de aangevallen uitspraak en de ongegrondverklaring van het beroep aan dat besluit de grondslag is komen te ontvallen, zal de Afdeling dat besluit eveneens vernietigen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Redelijke toepassing van artikel 8:114, eerste lid, van de Awb brengt met zich dat het door [appellant] in hoger beroep betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State aan hem wordt terugbetaald.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 juni 2013 in zaak nr. 13/480;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;
IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Halderberge van 17 oktober 2013, kenmerk 283139;
V. verstaat dat de secretaris van de Raad van State aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht in hoger beroep ten bedrage van € 239,00 (zegge: tweehonderdnegenendertig euro) terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Bolleboom
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2014
641.