ECLI:NL:RVS:2014:2641
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingplan Hortusbuurt-Noorderplantsoen: beroep ongegrond en niet-ontvankelijk verklaard
De raad van de gemeente Groningen stelde op 26 juni 2013 het bestemmingsplan 'Hortusbuurt - Noorderplantsoen' vast. Hiertegen stelden appellant sub 1 en appellant sub 2 en anderen beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof onder meer de bebouwing van een binnenplaats, de hoogte van de gebouwen, de bescherming van flora, fauna en cultuurhistorie, en de financiële uitvoerbaarheid van het plan.
De Afdeling oordeelde terughoudend bij de toetsing van het bestemmingsplan en concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. De bezwaren over de overschrijding van de vaststellingsperiode, de motivering van zienswijzen, en de vermeende aantasting van woon- en leefklimaat, flora, fauna en cultuurhistorie werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan niet tot ontvankelijkheid van het beroep leidde omdat appellanten niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt.
Verder werd vastgesteld dat de maximale bouwhoogtes in redelijke verhouding staan tot de omgeving en dat de parkeerdruk niet onaanvaardbaar toeneemt. De Afdeling concludeerde dat het plan financieel uitvoerbaar is, mede doordat een overeenkomst met de initiatiefnemer is gesloten die eventuele planschadekosten draagt. Het beroep van appellant sub 2 en anderen werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht was tegen het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan en voor het overige ongegrond. Het beroep van appellant sub 1 werd eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk verklaard voor het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan.