ECLI:NL:RVS:2014:2659
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving in gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wegens onvoldoende vaststelling identiteit
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba) op basis van een W-document. Het college wees dit verzoek af omdat de identiteit en het rechtmatig verblijf van appellant niet deugdelijk konden worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het rapport van eerste gehoor bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een brondocument is dat zijn identiteit bevestigt en dat de weigering disproportioneel is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het rapport van eerste gehoor geen brondocument is zoals bedoeld in de Wet gba en dat het college terecht heeft geoordeeld dat de identiteit niet deugdelijk is vastgesteld. Verder laat artikel 26 van Pro de Wet gba geen ruimte voor een belangenafweging, zodat de weigering niet disproportioneel is. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt het belang van betrouwbare en duidelijke gegevens in de gba, zodat gebruikers van deze gegevens erop kunnen vertrouwen dat de informatie juist is. Omdat appellant slechts een W-document overlegde en geen deugdelijke bewijsstukken voor zijn identiteit en verblijf, was inschrijving niet toegestaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot inschrijving in de gba wordt bevestigd.