ECLI:NL:RVS:2014:2688
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- N.S.J. Koeman
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig verblijf echtgenote
Appellant verzocht de staatssecretaris om vergoeding van schade die hij had geleden doordat zijn echtgenote een verblijfsdocument met een onjuiste geldigheidsduur had ontvangen. Dit leidde tot terugvordering van huur- en zorgtoeslag door de Belastingdienst. De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
In hoger beroep betoogde appellant dat het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 BW Pro niet aan vergoeding in de weg staat omdat het verblijfsdocument ook zijn belangen beschermt. De Afdeling oordeelde dat de grondslag van het rechtmatig verblijf ligt in de verleende verblijfsvergunning en dat deze vergunning niet strekt tot het verkrijgen van toeslagen. Het relativiteitsvereiste staat daarom vergoeding van de schade in de weg.
Daarnaast verwierp de Afdeling het betoog dat toepassing van dit vereiste in strijd is met het EVRM en liet zij een nieuw betoog over schending van het recht op privéleven buiten beschouwing omdat dit niet eerder was ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.