AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing herzieningsverzoek tegen eerdere bestuursrechtelijke uitspraak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin het hoger beroep van verzoekster tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland ongegrond werd verklaard.
Verzoekster heeft meerdere herzieningsverzoeken ingediend, met het doel alsnog in het gelijk te worden gesteld. De Afdeling benadrukt dat de herzieningsprocedure niet bedoeld is om een eenmaal beslecht geschil opnieuw te openen, maar slechts kan worden toegepast indien er nieuwe, voor de uitspraak doorslaggevende feiten zijn die destijds niet konden worden aangevoerd.
In deze zaak is niet gebleken van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden, waardoor het verzoek tot herziening wordt afgewezen. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het belang van rechtszekerheid en de finaliteit van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de eerdere bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.
Uitspraak
201402312/1/A4.
Datum uitspraak: 16 juli 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:119 vanPro de Algemene wet bestuursrecht).
Procesverloop
Bij uitspraak van 9 oktober 2013, in zaak nr. 201302660/1, heeft de Afdeling een door [verzoekster] ingesteld hoger beroep tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 26 februari 2013 in zaak nr. 12/5852 ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 februari 2014, in zaak nr. 201309782/1/A4, heeft de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om herziening van de uitspraak van 9 oktober 2013 afgewezen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 maart 2014, heeft [verzoekster] de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 mei 2014, waar [verzoekster] is verschenen.
Overwegingen
1. In de Nederlandse wetgeving is burgers het recht gegeven om beroep in te stellen tegen een besluit waarbij zij belanghebbende zijn. De rechter beslist bij uitspraak of dat beroep terecht is ingesteld of niet en als het terecht is ingesteld of het besluit moet worden vernietigd. Met die uitspraak zullen partijen het moeten doen: bij het beslechten van een geschil hoort onvermijdelijk dat niet alle partijen in het gelijk kunnen worden gesteld. Als de uitspraak onherroepelijk is, moet er op kunnen worden vertrouwd dat daarmee de kous af is.
2. In deze zaak, en een aantal andere bij de Afdeling lopende zaken, heeft de Afdeling [verzoekster] niet in het gelijk gesteld. Zij meent dat deze beslissing anders had moeten luiden en probeert via het indienen van talloze herzieningsverzoeken alsnog in het gelijk te worden gesteld. De herzieningsprocedure is echter niet bedoeld om de discussie in een eenmaal beslecht geschil te heropenen en opnieuw te voeren. De herzieningsprocedure biedt de mogelijkheid om een uitspraak, ondanks dat deze onherroepelijk is, te herzien uitsluitend indien - kort weergegeven - voor die uitspraak doorslaggevende feiten in de procedure die tot die uitspraak leidde niet konden worden aangevoerd. Deze situatie is uitzonderlijk en doet zich in dit geval niet voor.
3. Ook dit herzieningsverzoek wordt dan ook niet ingewilligd. Het indienen van nog meer vergelijkbare herzieningsverzoeken zal [verzoekster] niet verder helpen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van staat.