ECLI:NL:RVS:2014:274

Raad van State

Datum uitspraak
22 januari 2014
Publicatiedatum
29 januari 2014
Zaaknummer
201309754/2/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:3 AwbArt. 6.13 WroArt. 6.18 WroArt. 8.2 Wro
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Zandhuizen - Oldeberkoperweg 23

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Weststellingwerf van 2 september 2013, waarbij het bestemmingsplan 'Zandhuizen - Oldeberkoperweg 23' is vastgesteld, de 8e wijziging van de Welstandsnota 2004 is vastgesteld en is besloten geen exploitatieplan vast te stellen.

Verzoeker, wonend op ongeveer 400 meter afstand van het plangebied, heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzitter overweegt dat de afstand te groot is om een rechtstreeks belang aan te nemen en dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een objectief en persoonlijk belang aantonen dat door het bestemmingsplan wordt geraakt.

Daarnaast kan tegen de vaststelling van de 8e wijziging van de Welstandsnota 2004 geen beroep worden ingesteld omdat het een beleidsregel betreft. Ook het beroep tegen het niet vaststellen van een exploitatieplan wordt afgewezen omdat verzoeker geen eigenaar is van gronden in het exploitatiegebied en geen grondexploitatieovereenkomst heeft gesloten, waardoor hij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voorzitter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan en overige besluiten wordt afgewezen wegens gebrek aan persoonlijk belang.

Uitspraak

201309754/2/R4.
Datum uitspraak: 22 januari 2014 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te Zandhuizen, gemeente Weststellingwerf, en de raad van de gemeente Weststellingwerf,
verweerder. Openbare zitting gehouden op 17 januari 2014 om 14.00 uur. Tegenwoordig:
Staatsraad mr. W.D.M. van Diepenbeek voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. W. van Steenbergen
mr. O.S. Nijveld Verschenen:
De raad, vertegenwoordigd door J. van Weperen. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 2 september 2013, waarbij de raad het bestemmingsplan "Zandhuizen - Oldeberkoperweg 23" heeft vastgesteld, de 8e wijziging van de Welstandsnota 2004 heeft vastgesteld en heeft besloten geen exploitatieplan vast te stellen. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter
wijst het verzoek af. Daartoe overweegt zij het volgende. [verzoeker] woont op een afstand van ongeveer 400 meter van het plangebied. Vanuit zijn woning heeft hij geen zicht op het plangebied. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt - te weten vijftien recreatiewoningen en een bedrijfswoning - is deze afstand naar het oordeel van de voorzitter te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. [verzoeker] heeft naar het oordeel van de voorzitter geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang van hem rechtstreeks door het bestemmingsplan zou worden geraakt. Voor zover [verzoeker] zich richt tegen het besluit tot vaststelling van de 8e wijziging van de Welstandsnota 2004, is van belang dat dit een beleidsregel betreft, waartegen ingevolge artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb geen beroep kan worden ingesteld. Voor zover [verzoeker] zich richt tegen het besluit om geen exploitatieplan vast te stellen, is het volgende van belang. Het beroep van [verzoeker] is in zoverre gericht tegen het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, en artikel 6.18 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Indien de raad in dit geval een exploitatieplan zou hebben vastgesteld, zou [verzoeker] niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt bij de desbetreffende onderdelen van het exploitatieplan. Daartoe is van belang dat [verzoeker] geen eigenaar is van gronden in het exploitatiegebied en evenmin een grondexploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 8.2, vierde lid, van de Wro heeft gesloten met betrekking tot gronden in het exploitatiegebied. Gelet hierop en nu ook anderszins niet is gebleken van belangen van [verzoeker] die rechtstreeks betrokken zouden zijn bij de vaststelling van de desbetreffende delen van een exploitatieplan, kan hij evenmin worden aangemerkt als belanghebbende bij het niet vaststellen van de desbetreffende delen van een exploitatieplan. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Steenbergen
voorzitter ambtenaar van staat 528-786.