ECLI:NL:RVS:2014:2753
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Buitengebied 2010: beroep op wijziging tuincentrumbestemming afgewezen
Bij besluit van 1 juli 2013 stelde de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" vast, waarin onder meer de bestemming "Detailhandel" met de aanduiding "tuincentrum" werd toegekend aan gronden van appellanten. Appellant B stelde zich niet ontvankelijk omdat hij tegen het eerdere besluit geen beroep had ingesteld en niet aannemelijk maakte dat hij hierdoor in een nadeliger positie kwam.
Appellant A voerde aan dat het plan onvoldoende ruimte bood voor bedrijfsbebouwing en de bouw van een bedrijfswoning, wat volgens hem de exploitatie van het tuincentrum belemmert. Hij stelde dat het plan ten onrechte een maximale bebouwde oppervlakte van 1.233 m² voorschreef, terwijl voorheen 3.300 m² was toegestaan, en dat hij concrete plannen had voor uitbreiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van bestemmingen en dat het plan aansluit bij de onherroepelijke omgevingsvergunning voor een kas van 1.200 m². De Afdeling achtte het onvoldoende aannemelijk dat de exploitatie onmogelijk is met de huidige maatvoering en dat er concrete bouwplannen bestonden ten tijde van het plan. Ook vond zij het niet onredelijk dat een bedrijfswoning werd uitgesloten, mede omdat appellant A op korte afstand woont.
Het beroep werd voor appellant B niet-ontvankelijk verklaard en voor appellant A ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant B is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant A ongegrond verklaard.