ECLI:NL:RVS:2014:284
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Maastricht-West voor aanduiding praktijkruimte op perceel
De raad van de gemeente Maastricht stelde op 18 september 2012 het bestemmingsplan "Maastricht-West" vast, waarin onder meer het perceel aan de Ooftmengersdreef 10 werd bestemd als "Wonen" met de aanduiding "praktijkruimte". Appellant betoogde dat deze aanduiding niet overeenkomt met het feitelijke gebruik en onvoldoende is gemotiveerd, mede vanwege parkeeroverlast en het ontbreken van een parkeeronderzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van bestemmingsplannen, maar dat het plan zorgvuldig moet worden voorbereid. De raad had geen parkeeronderzoek verricht ten tijde van het vaststellingsbesluit, waardoor het besluit onzorgvuldig was voorbereid in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Na heropening van het onderzoek en aanvullend parkeeronderzoek concludeerde de Afdeling dat de parkeerdruk niet onaanvaardbaar is en niet specifiek door het gebruik als praktijkruimte wordt veroorzaakt. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het de aanduiding "praktijkruimte" betreft, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke voorbereiding en motivering bij bestemmingsplannen, met name bij aanduidingen die mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor de aanduiding praktijkruimte op het perceel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.