ECLI:NL:RVS:2014:2843
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over herziening voorschotten kinderopvangtoeslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 2 november 2012 vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet. De Belastingdienst had de voorschotten kinderopvangtoeslag voor de jaren 2008 tot en met 2011 vastgesteld op nihil en het te veel betaalde teruggevorderd.
Appellante stelde dat de Belastingdienst ten onrechte de voorschotten had herzien en dat de kinderopvang had plaatsgevonden op basis van een geldige schriftelijke overeenkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante rekening moest houden met herziening van voorschotten en dat er geen strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Tevens was het niet aannemelijk dat de overgelegde overeenkomst al bestond bij de aanvraag, mede door afwijkingen in handtekeningen en opmaak.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.