ECLI:NL:RVS:2014:2855
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding registratie arbeids- en rusttijden Arbeidstijdenwet
De minister legde [appellante] een boete van €61.600 op wegens veertien overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw), omdat zij geen deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden voerde over een periode van 7 mei tot 3 juni 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze boete ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
[Appellante] voerde aan dat de boete onterecht was omdat haar kantoorgebouw met digitale uitleesapparatuur was verwoest door brand in september 2011, waardoor zij niet tijdig nieuwe apparatuur kon aanschaffen. Ook stelde zij dat zij door de boete in ernstige financiële problemen zou komen. De Raad van State overwoog dat het niet tijdig aanschaffen van nieuwe apparatuur binnen een periode van ruim zeven maanden niet kan worden aanvaard als verzachtende omstandigheid. Tevens is opzet geen bestanddeel van de overtreding en is de boete proportioneel vastgesteld.
De Raad van State concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard en dat de boete passend en geboden is. De stelling dat de boete onevenredig zou zijn wegens financiële problemen werd niet onderbouwd met financiële gegevens en faalde eveneens. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €61.600 wegens overtreding van artikel 4:3 Atw en verklaart het hoger beroep ongegrond.