ECLI:NL:RVS:2014:2875
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens strafbeschikking en openstaande strafzaak
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen op grond van een strafbeschikking en een openstaande strafzaak. Appellant stelde dat hij vrijstelling van het inburgeringsexamen moest krijgen vanwege examenvrees, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de strafbeschikking en de openstaande strafzaak binnen de vierjaarstermijn voorafgaand aan het besluit reden zijn om het verzoek af te wijzen.
Appellant voerde aan dat de strafbeschikking dateerde van na het peilmoment en dat hij niet schuldig was aan de ten laste gelegde feiten in de openstaande strafzaak. De Raad van State verwees naar de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, waarin staat dat een sanctie binnen vier jaar voorafgaand aan het verzoek of de beslissing tot afwijzing leidt, evenals serieuze verdenkingen bij een openstaande strafzaak.
De Raad van State concludeerde dat de rechtbank terecht het verzoek heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd vanwege een strafbeschikking en een openstaande strafzaak.