ECLI:NL:RVS:2014:2880
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring ondanks medische en psychosociale bezwaren
Appellante verzocht om een urgentieverklaring vanwege ernstige medische en psychosociale problemen na een conflict met haar zus, waarbij zij letsel opliep. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af, stellende dat zij zelf in staat was te voorzien in herhuisvesting, onder meer door kamerbewoning. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een procedurele fout, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het advies van de GGD geen medische belemmeringen voor kamerbewoning aantoonde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het GGD-advies onzorgvuldig was, omdat er geen lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden en haar psychosociale problematiek onvoldoende was meegewogen. De Raad van State oordeelde dat het GGD-advies zorgvuldig en objectief was opgesteld, gebaseerd op medische gegevens, observaties en gesprekken.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat het dagelijks bestuur discretionaire bevoegdheid heeft om de hardheidsclausule toe te passen, maar dat dit terughoudend moet worden getoetst. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van overtuigend tegenbewijs mocht het bestuur de afwijzing handhaven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring door het dagelijks bestuur.