ECLI:NL:RVS:2014:2908
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring ondanks problematische woonsituatie en schulden
Appellant verzocht het college om een urgentieverklaring vanwege haar problematische woonsituatie en schulden, maar dit verzoek werd door het college afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat appellant haar verzoek onvoldoende had onderbouwd met de vereiste bewijsstukken, zoals een recent contract schuldhulpverlening en een hulpverleningsplan. De GGD-adviezen gaven aan dat appellant psychisch gehandicapt is en psychosociale begeleiding nodig heeft, maar dat haar huidige woonsituatie niet direct levensontwrichtend is. Er was geen indicatie voor begeleid wonen en appellant vroeg ook niet om een dergelijke voorziening.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat haar situatie daartoe aanleiding gaf. Ook werd geoordeeld dat haar recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven niet werd geschonden door de afwijzing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.