ECLI:NL:RVS:2014:294
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- W.J. Deetman
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Bantegaplein wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering
De raad van de gemeente Lemsterland stelde op 28 maart 2012 het bestemmingsplan Bantegaplein vast. Diverse appellanten, waaronder bewoners en de stichting Schobalijn, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het plan gebreken vertoonde, zoals onvoldoende parkeermogelijkheden, onvoldoende waarborging van een goed woon- en leefklimaat, een te grote omvang van het detailhandelsgebied en een onvoldoende onderbouwde luchtkwaliteitsbeoordeling.
Naar aanleiding van de tussenuitspraak wijzigde de raad het plan op 25 september 2013 en stelde zij de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijzen kenbaar te maken. De Afdeling beoordeelde vervolgens of de gebreken waren hersteld en of de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand konden blijven. De beroepen van Schobalijn en enkele anderen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van zienswijzen.
De Afdeling oordeelde dat het gewijzigde besluit voldoende onderbouwd was, met name wat betreft de luchtkwaliteit en het maximale aantal appartementen boven de supermarkt. De plaatsing van een geluidscherm was adequaat aangeduid. De beroepen tegen het gewijzigde besluit werden ongegrond verklaard. De oorspronkelijke besluiten werden vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven grotendeels in stand. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Bantegaplein van 28 maart 2012 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven grotendeels in stand na wijziging op 25 september 2013.