ECLI:NL:RVS:2014:2961
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
Bij besluit van 26 november 2012 heeft de staatssecretaris de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, hem bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep deels gegrond verklaarde door het inreisverbod te vernietigen maar het besluit verder in stand liet.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De vreemdeling voerde aan dat het inreisverbod onterecht was opgelegd zonder voldoende motivering, mede gelet op de chaotische situatie in Libië. De staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte het inreisverbod had vernietigd omdat het intrekken van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod volgens de Vreemdelingenwet samenhangen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is omdat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende concreet waren om af te zien van het inreisverbod. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, waarna het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor zover het het inreisverbod betrof. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod werd bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 juli 2014.
Uitkomst: Het inreisverbod blijft gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.