ECLI:NL:RVS:2014:2962
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling van Bulgaarse werknemers zonder vergunning
De minister legde [appellante] een boete van €32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat Bulgaarse werknemers zonder vergunning arbeid verrichtten. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de werknemers onder gezagsverhouding van [appellante] stonden, omdat toezicht werd gehouden, werktijden en werkplekken werden bepaald en het uurtarief door [appellante] werd vastgesteld. Hierdoor konden de werknemers niet als zelfstandigen worden aangemerkt. Het betoog van [appellante] dat er sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid tussen Bulgaarse en Nederlandse zelfstandigen werd verworpen.
De Raad van State concludeerde dat de rechtbank terecht oordeelde dat de Wav van toepassing was en dat de boete terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €32.000 wegens illegale tewerkstelling van Bulgaarse werknemers zonder vergunning.