ECLI:NL:RVS:2014:2963
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vestigingsalternatief in Nigeria
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 16 december 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling, mede voor haar minderjarig kind, stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 januari 2014 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat er onvoldoende motivatie was voor het standpunt van de staatssecretaris dat er een vestigingsalternatief in Nigeria bestaat voor de vreemdeling en haar dochter, ondanks de vrees voor besnijdenis.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze rechtsvraag reeds is beantwoord en verklaart het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.