ECLI:NL:RVS:2014:2968
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor huur bedrijfspand
Bij besluit van 12 september 2012 wees de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van appellant om een toevoeging voor rechtsbijstand af voor een geschil over de huur van een bedrijfsruimte. De raad stelde dat het rechtsbelang betrekking had op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, waardoor geen toevoeging verleend kon worden.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij sinds 1 juli 2005 de bedrijfsruimte huurt en dat de aan de rechtbank verstrekte informatie mogelijk valselijk was opgemaakt. Hij stelde dat hij in de strafzaak slechts als getuige optreedt en niet als huurder of gebruiker.
De Afdeling oordeelde dat voor de toepassing van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand niet beslissend is of het beroep zelfstandig wordt uitgeoefend, maar of sprake is van activiteiten als ondernemer. De door verhuurders overgelegde brief en huurovereenkomst wezen op ondernemingsactiviteiten door appellant. Zijn stellingen werden niet met stukken onderbouwd. Daarom was het oordeel van de rechtbank dat appellant activiteiten als ondernemer verricht, juist en kon de afwijzing van de toevoeging worden bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het rechtsbelang betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf.