ECLI:NL:RVS:2014:297
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A. Hammerstein
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting inrichting door burgemeester Dordrecht na weigering exploitatievergunning
Bij besluit van 16 mei 2011 heeft de burgemeester de inrichting van een bedrijf aan een locatie te Dordrecht gesloten met ingang van 20 mei 2011. Appellant maakte bezwaar tegen deze sluiting, maar dit bezwaar werd bij besluit van 23 december 2011 ongegrond verklaard, waarna de inrichting op 2 februari 2012 werd gesloten. De rechtbank Dordrecht verklaarde het daarop ingestelde beroep van appellant ongegrond op 18 december 2012.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld op 7 januari 2014, waarbij appellant en de burgemeester verschenen. Tevens werd een advies van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur betrokken bij de beoordeling.
De Raad van State oordeelde dat het betoog van appellant, dat de sluiting onterecht is omdat er zicht is op legalisering en dat hij onevenredig financieel wordt geschaad, slechts een herhaling was van eerdere argumenten die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. Daarnaast viel de weigering van de burgemeester om een exploitatievergunning te verlenen buiten het bestreden geschil. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de inrichting wordt bevestigd.