ECLI:NL:RVS:2014:2986
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking last onder dwangsom inzake ontgrondingsvergunning
Het college van gedeputeerde staten van Groningen heeft bij besluit van 5 juli 2012 een eerder opgelegde last onder dwangsom gedeeltelijk ingetrokken omdat deze ten onrechte was opgelegd en voor het overige was voldaan aan de last. Appellant, eigenaar van aangrenzende gronden, maakte bezwaar tegen dit intrekkingsbesluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en het beroep op 1 juli 2014. Appellant betoogde dat niet aan de last onder dwangsom was voldaan, omdat opschot niet volledig was verwijderd en het terrein niet voldoende was geëgaliseerd. Het college stelde dat de aanwezige begroeiing binnen de herinrichtingstekening viel en dat het terrein voldoende was geëgaliseerd.
De voorzitter oordeelde dat appellant belanghebbende is bij het besluit, maar dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat aan de last was voldaan. De bezwaren van appellant faalden, het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.