ECLI:NL:RVS:2014:3015
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming in planschade na vrijstelling bouwplan gemeente Asten
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Asten om tegemoetkoming in planschade naar aanleiding van een vrijstelling voor een bouwplan dat afweek van het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af, waarna ook de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep betoogde appellant dat het advies van de SAOZ onvoldoende onafhankelijk was en dat de vrijstelling wel degelijk tot een nadeliger positie had geleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college het besluit terecht baseerde op het objectieve en onpartijdige advies van de SAOZ. Dit advies concludeerde dat de vrijstelling niet leidde tot een relevante vermindering van het uitzicht, zonlichttoetreding of privacy, en dat de waardevermindering niet aannemelijk was. De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat de effecten van een nabijgelegen parkeerterrein bij de beoordeling betrokken hadden moeten worden, omdat dit niet onderdeel was van de vrijstelling.
Uiteindelijk bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.