Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2014:3050

Raad van State

Datum uitspraak
8 augustus 2014
Publicatiedatum
13 augustus 2014
Zaaknummer
201404003/2/R6
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen wijziging bestemmingsplan Den Bogerd

Bij besluit van 17 februari 2014 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan en exploitatieplan 'Den Bogerd' gewijzigd vastgesteld. Hiertegen hebben meerdere partijen, waaronder een individuele verzoekster, een stichting en een andere verzoeker, beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de verzoeken op 5 augustus 2014. De verzoekers vreesden onomkeerbare gevolgen door de inwerkingtreding van het plan, zoals het indienen van omgevingsvergunningaanvragen en het starten met vergunningvrije werkzaamheden.

Tijdens de zitting verklaarden belanghebbenden en de gemeente dat zij zouden wachten met het indienen van vergunningaanvragen en het starten van werkzaamheden totdat de bodemprocedure was afgerond. Gezien deze toezeggingen oordeelde de voorzitter dat er geen spoedeisend belang bestond om een voorlopige voorziening te treffen.

Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 8 augustus 2014 en heeft een voorlopig karakter zonder bindende werking in de bodemprocedure.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het gewijzigde bestemmingsplan Den Bogerd wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

201404003/2/R6.
Datum uitspraak: 8 augustus 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1. [verzoekster sub 1], wonend te Udenhout, gemeente Tilburg,
2. de stichting Stichting Behoud Buitengebied Mortel II, gevestigd te Udenhout, gemeente Tilburg, en anderen,
3. [verzoeker sub 3], wonend te Udenhout, gemeente Tilburg,
en
de raad van de gemeente Tilburg,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Den Bogerd" en het exploitatieplan "Den Bogerd" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekster sub 1], de Stichting en anderen en [verzoeker sub 3] beroep ingesteld.
Bij dezelfde brieven als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekster sub 1] en [verzoeker sub 3] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Voorts hebben de Stichting en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 5 augustus 2014, waar [verzoekster sub 1], vertegenwoordigd door mr. J. Schoneveld, de Stichting en anderen, vertegenwoordigd door haar [bestuursleden], bijgestaan door mr. C.C. de Brauw, advocaat te Haarlem, en door G.M. Linders, [verzoeker sub 3], bijgestaan door mr. J. Schoneveld, en de raad, vertegenwoordigd door D. Kersten, ing. M.T.M. Cillessen, ing. R. Vliex en drs. H. te Brummelstoete, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende en anderen, vertegenwoordigd door mr. P.L.J.M. van Dun, advocaat te Tilburg, gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het plan voorziet in het realiseren van ongeveer 380 woningen, een school en een groen middengebied. Het plan voorziet tevens in een ontsluitingsweg en een natuurcompensatiegebied.
3. [verzoekster sub 1], de Stichting en anderen en [verzoeker sub 3] beogen met hun verzoeken onomkeerbare gevolgen als gevolg van de inwerkingtreding van het plan te voorkomen. Zij vrezen dat op korte termijn aanvragen om omgevingsvergunning worden ingediend dan wel dat wordt gestart met het verrichten van vergunningvrije werkzaamheden ter voorbereiding van de uitvoering van het plan.
3.1. De gronden binnen het plangebied zijn grotendeels in eigendom van [belanghebbende] en anderen en de gemeente Tilburg. In reactie op de verzoeken van [verzoekster sub 1], de Stichting en anderen en [verzoeker sub 3] hebben [belanghebbende] en anderen ter zitting verklaard dat zij zullen wachten met het indienen van aanvragen om omgevingsvergunning totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. In aanvulling hierop heeft de raad ter zitting toegezegd dat voorts niet zal worden gestart met het verrichten van vergunningvrije werkzaamheden, zoals het bouwrijp maken van de gronden, voordat voornoemde uitspraak is gedaan.
3.2. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek thans geen spoedeisend belang is gemoeid. Er bestaat derhalve aanleiding het verzoek af te wijzen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Verhoeven, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Verhoeven
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2014
690.