ECLI:NL:RVS:2014:3075
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen nihilstelling voorschotten kinderopvangtoeslag 2008-2011
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluiten van 26 september 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2011 voor appellante op nihil. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit voor 2008 en 2009, maar liet de rechtsgevolgen voor 2010 en 2011 in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat kinderopvangtoeslag alleen kan worden toegekend indien de opvang plaatsvindt op basis van een schriftelijke overeenkomst die voldoet aan de eisen van artikel 11, derde lid, van de Regeling Wet kinderopvang. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat de overgelegde overeenkomsten aan deze eisen voldeden, mede vanwege twijfels over authenticiteit en het ontbreken van een goede verklaring voor meerdere en andersluidende overeenkomsten voor dezelfde periode.
De Raad van State verwierp het betoog dat de Belastingdienst/Toeslagen een onredelijke uitleg aan de regeling gaf en dat de rechtbank het verdedigingsbeginsel had geschonden. Ook het standpunt dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen mocht afzien van het horen in bezwaar, werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen de nihilstelling van voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008-2011 wordt ongegrond verklaard.