ECLI:NL:RVS:2014:3148
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding heffingvrij vermogen
De raad heeft op 14 november 2012 een verleende toevoeging voor rechtsbijstand aan appellant ingetrokken, omdat het resultaat van de zaak waarvoor de toevoeging was verleend een vordering betrof die meer dan 50% van het heffingvrij vermogen bedroeg. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd door de raad ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant voerde aan dat de intrekking onterecht was omdat de inkomens- en vermogenssituatie niet het resultaat was van de werkzaamheden van zijn advocaat, en dat de boedelscheiding niet als nevenvordering van de echtscheiding moest worden beschouwd. Ook stelde hij dat de intrekking ten laste van de advocaat moest komen en niet van hem, omdat de toevoegingsaanvraag niet namens hem was ingediend.
De Raad van State oordeelde dat de toevoeging geacht moet worden namens appellant te zijn aangevraagd door zijn advocaat. De boedelscheiding werd terecht als nevenvordering bij het resultaat van de zaak betrokken. Het feit dat appellant ontevreden was over de rechtsbijstand en dat de vergoeding al was uitbetaald, doet niet af aan de bevoegdheid van de raad om de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toevoeging voor rechtsbijstand wegens overschrijding van het heffingvrij vermogen.