Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2014:3169

Raad van State

Datum uitspraak
11 augustus 2014
Publicatiedatum
20 augustus 2014
Zaaknummer
201405027/2/R6
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbFlora- en faunawet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijziging bestemmingsplan Oude- en Nieuwehorne - De Fjilden

De raad van de gemeente Heerenveen heeft op 24 maart 2014 het bestemmingsplan "Oude- en Nieuwehorne - De Fjilden" gewijzigd vastgesteld. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzitter behandelde het verzoek op 5 augustus 2014. Verzoeker vreesde een toename van verkeersbewegingen en daarmee verkeersonveilige situaties op het Sevenaerpad, alsmede aantasting van zijn privacy door de aanleg van fiets- en wandelpaden nabij zijn woning. De raad stelde dat slechts zeven woningen op het Sevenaerpad worden ontsloten en dat de paden zodanig kunnen worden gesitueerd dat de privacy niet onevenredig wordt geschaad.

Verder stelde verzoeker dat de Flora- en faunawet de uitvoering van het plan belemmert vanwege het mogelijke verdwijnen van de habitat van de eekhoorn. De raad baseerde zich op een ecologisch rapport waarin werd gesteld dat binnen het plangebied geen sporen van eekhoorns zijn aangetroffen. Verzoeker kon dit niet met deskundig bewijs weerleggen.

De voorzitter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het plan leidt tot onaanvaardbare verkeersveiligheidsrisico's, privacyaantasting of ecologische problemen. Ook het betoog over het niet volgen van een lokaal uitgangspunt over interne wijkgerichtheid was onvoldoende om het plan te blokkeren.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en was er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gewijzigde bestemmingsplan wordt afgewezen.

Uitspraak

201405027/2/R6.
Datum uitspraak: 11 augustus 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Oudehorne, gemeente Heerenveen,
en
de raad van de gemeente Heerenveen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 24 maart 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude- en Nieuwehorne - De Fjilden" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 augustus 2014, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. J. Nijenhuis, advocaat te Heerenveen, en de raad, vertegenwoordigd door G. Haanstra, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een nieuw woongebied in het noordoosten van Nieuwehorne.
3. [verzoeker] vreest als gevolg van het ontsluiten van een aantal voorziene woningen op het Sevenaerpad voor een toename van het aantal verkeersbewegingen en daarmee voor verkeersonveilige situaties op dit pad. Voorts vreest hij als gevolg van het realiseren van drie fiets- en wandelpaden nabij zijn woning voor een aantasting van zijn privacy.
3.1. De raad stelt dat slechts zeven woningen op het Sevenaerpad worden ontsloten, waardoor het aantal verkeersbewegingen slechts beperkt toeneemt. De raad stelt voorts dat de desbetreffende paden binnen de bestemming "Groen" zodanig kunnen worden gesitueerd dat de privacy van [verzoeker] niet onevenredig wordt geschaad.
3.2. [verzoeker] heeft naar het voorlopige oordeel van de voorzitter niet aannemelijk gemaakt dat als gevolg van het plan dient te worden gevreesd voor zodanige verkeersonveilige situaties op het Sevenaerpad dan wel een zodanige aantasting van zijn privacy dat de raad hieraan een groter gewicht diende toe te kennen dan aan de belangen die met het realiseren van het plan zijn gemoeid.
De voorzitter ziet dan ook op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan, wat betreft de door [verzoeker] aangedragen aspecten, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet heeft mogen vaststellen zoals hij heeft gedaan.
4. [verzoeker] betoogt dat de Flora en faunawet (hierna: de Ffw) aan de uitvoering van het plan in de weg staat, nu het aannemelijk is dat het plan leidt tot het verdwijnen van de habitat voor de eekhoorn. De raad had hier nader onderzoek naar moeten doen, gezien ook de door [verzoeker] waargenomen eekhoorns.
4.1. De raad heeft aan het plan onder meer het door Altenburg en Wymenga opgestelde rapport "Ecologische beoordeling van herinrichting sportvelden te Nieuwehorne" van 2011 (hierna: het ecologisch rapport) ten grondslag gelegd. In dit rapport staat dat weliswaar in de wijde omgeving van het plangebied de eekhoorn voorkomt, maar binnen het plangebied geen sporen of nesten van de eekhoorn zijn aangetroffen. Het is daarom aannemelijk dat de eekhoorn hier niet voorkomt, aldus staat in het ecologisch rapport.
De voorzitter overweegt dat [verzoeker] geen gegevens, zoals een deskundigenrapport, heeft overgelegd die een begin van bewijs leveren dat zich ter plaatse eekhoorns bevinden. De door [verzoeker] overgelegde foto’s acht de voorzitter onvoldoende om tot het voorlopige oordeel te komen dat het ecologisch rapport zodanige gebreken dan wel leemten in kennis bevat, dat de raad zich hierop bij de vaststelling van het plan niet mocht baseren.
5. [verzoeker] betoogt verder dat de opzet van het bestemmingsplan afwijkt van een in Nieuwehorne gehanteerd uitgangspunt dat wijken intern zijn gericht.
De raad stelt dat dit uitgangspunt in Nieuwehorne niet consequent is gehanteerd.
5.1. De voorzitter overweegt dat, wat er ook van dit uitgangspunt zij, het niet volgen hiervan onvoldoende is om aan te nemen dat het bestemmingsplan niet in overeenstemming kan zijn met een goede ruimtelijke ordening.
6. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Verhoeven, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Verhoeven
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2014
690.