ECLI:NL:RVS:2014:3177
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering handhavend optreden tegen verloedering percelen
Bij besluit van 6 september 2011 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem handhavend op te treden tegen de verloedering van percelen met leegstaande woningen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 3 juli 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Limburg verklaarde het daarop ingestelde beroep op 4 juni 2013 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure overleed appellant op 13 juni 2014. De erfgenamen gaven niet aan het hoger beroep te willen voortzetten. De Afdeling oordeelde dat hierdoor geen belang meer bestond bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en het beroep tegen het herstelbesluit van 14 mei 2014. Daarom werden beide procedures niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling stelde vast dat er geen aanleiding was tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, waarbij de voorzitter J.A. Hagen en griffier D.A.B. Montagne aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het handhavingsbesluit zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant en het ontbreken van voortzetting door erfgenamen.