ECLI:NL:RVS:2014:3180
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inpassingsplan N279 Noord wegens onvoldoende bescherming archeologische waarden
Provinciale staten van Noord-Brabant stelden op 21 juni 2013 het inpassingsplan "N279 Noord" vast. Diverse appellanten, waaronder milieu- en omwonendenorganisaties, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde in een tussenuitspraak dat het plan onvoldoende rekening hield met archeologische waarden, met name door een uitzondering die de bescherming van deze waarden ondermijnde.
Provinciale staten namen vervolgens op 16 mei 2014 een gewijzigd besluit waarin de betwiste uitzondering werd geschrapt. Appellanten konden hierop reageren, maar de Afdeling besloot geen nadere zitting te houden en sloot het onderzoek. De Afdeling concludeerde dat het gewijzigde besluit de bescherming van archeologische waarden voldoende waarborgt en dat de colleges van burgemeester en wethouders bevoegd en deskundig zijn om dit te beoordelen bij vergunningverlening.
De Afdeling verklaarde de beroepen van milieuorganisaties gegrond tegen het oorspronkelijke besluit en vernietigde het besluit voor het betreffende artikel. De beroepen tegen het gewijzigde besluit werden ongegrond verklaard. Tevens werden provinciale staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten. Nieuwe beroepsgronden die na de tussenuitspraak werden ingebracht, werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het belang van rechtszekerheid en efficiënte geschilbeslechting.
Uitkomst: Het besluit van provinciale staten van 21 juni 2013 wordt vernietigd voor het betreffende artikel, het gewijzigde besluit van 16 mei 2014 wordt bevestigd en provinciale staten worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding.