ECLI:NL:RVS:2014:3219
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbesluit dwangsom wegens overtreding milieuvergunningvoorschrift 5.1.3
Noba B.V. exploiteert een vetveredelingsbedrijf en werd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland geconfronteerd met meerdere dwangsombesluiten wegens overtredingen van milieuvergunningvoorschriften. Het college vorderde een dwangsom van in totaal €36.500,00 in verband met geconstateerde overtredingen tijdens een controlebezoek op 9 juli 2011.
Noba stelde bezwaar en beroep in tegen het invorderingsbesluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde Noba onder meer dat de dwangsom ten onrechte was opgelegd wegens overtreding van voorschrift 5.1.3, omdat niet was vastgesteld dat de deuren openstonden tijdens de toegestane tijden voor smelten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich ten onrechte op het standpunt had gesteld dat een overtreding was geconstateerd en dat de rechtbank dit niet had onderkend.
Verder behandelde de Afdeling diverse andere bezwaren van Noba over de formulering van de lasten, de verslaglegging van het controlebezoek, en de rechtmatigheid van de invordering van dwangsommen voor andere voorschriften. De meeste bezwaren werden verworpen, behalve het bezwaar tegen de invordering wegens overtreding van voorschrift 5.1.3.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en herroept het invorderingsbesluit voor zover het betrekking heeft op de dwangsom wegens overtreding van voorschrift 5.1.3. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Noba.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot invordering van de dwangsom wegens overtreding van voorschrift 5.1.3 wordt vernietigd en herroepen.