ECLI:NL:RVS:2014:3224
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit last onder dwangsom inzake afvalplaatsing op gemeentelijke gronden
Appellant werd door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen verplicht gesteld om geen afvalstoffen te plaatsen op gemeentelijke gronden die niet behoren tot het door zijn overleden vader gehuurde onroerend goed. Dit gebeurde onder oplegging van een preventieve last onder dwangsom.
Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg waarbij het beroep van appellant grotendeels werd afgewezen, stelde appellant hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het geschil betrof onder meer de bevoegdheid van het college om het bezwaar ongegrond te verklaren, de duidelijkheid van de last onder dwangsom en de beoordeling of er sprake was van een dreigende overtreding van het Bouwbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was het bezwaar ongegrond te verklaren, dat de last onder dwangsom voldoende concreet was geformuleerd en dat er ten tijde van oplegging van de last een klaarblijkelijk gevaar bestond dat de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit zouden worden overtreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.