ECLI:NL:RVS:2014:3225
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende motivering
De burgemeester van Eindhoven legde op 13 augustus 2013 een tijdelijk huisverbod op aan de wederpartij wegens vermoedens van huiselijk geweld. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van de wederpartij tegen dit besluit gegrond en vernietigde het huisverbod, stellende dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De burgemeester ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze overwoog dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpend instrument is dat alleen kan worden toegepast bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. De Raad stelde vast dat de burgemeester het huisverbod baseerde op een Risicotaxatie-instrument en een proces-verbaal met verklaringen van de wederpartij, zijn echtgenote en kinderen.
Hoewel de wederpartij het incident betwistte, vond de Raad dat de burgemeester voldoende ondersteunend bewijs had, zoals het geconstateerde letsel bij de echtgenote en verklaringen van de kinderen. De Raad oordeelde dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestond en dat het huisverbod daarom terecht was opgelegd.
De Raad vernietigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het tijdelijk huisverbod blijft van kracht.