ECLI:NL:RVS:2014:3232
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot opleggen rijvaardigheidsonderzoek en ongeldigverklaring rijbewijs
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 10 oktober 2012 een onderzoek naar rijvaardigheid op. Appellant maakte bezwaar, dat door het CBR niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de rechtbank terecht het onderzoek niet heeft heropend, omdat de brief van appellant van 18 november 2012 reeds in het dossier aanwezig was. Tevens oordeelde de Afdeling dat appellant geen bezwaar had ingediend tegen het besluit van 14 november 2012 tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, aangezien de brieven van appellant betrekking hadden op het besluit van 10 oktober 2012.
Verder werd geoordeeld dat het CBR niet verplicht was om appellant om verduidelijking te vragen over de aard van zijn brieven, omdat uit de inhoud duidelijk was dat deze betrekking hadden op het onderzoek naar rijvaardigheid. De Afdeling verwierp ook het betoog dat het opgelegde onderzoek en de ongeldigverklaring niet in verhouding stonden tot de door appellant veroorzaakte blikschade.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.