ECLI:NL:RVS:2014:3235
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke invordering dwangsommen wegens overtreding milieuvergunning door vetveredelingsbedrijf
Noba BV exploiteert een vetveredelingsbedrijf en kreeg meerdere dwangsombesluiten opgelegd wegens overtredingen van milieuvergunningvoorschriften. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland vorderde dwangsommen in totaal €7.000,- wegens overtredingen geconstateerd bij een controlebezoek op 8 december 2011. Noba stelde bezwaar en beroep in tegen het invorderingsbesluit, maar deze werden door het college en de rechtbank ongegrond verklaard.
Noba voerde aan dat de lasten onduidelijk waren geformuleerd, dat de dwangsommen onterecht per overtreding en niet per tijdseenheid waren vastgesteld, en dat het invorderingsbesluit onvoldoende was gemotiveerd vanwege het ontbreken van een ondertekend controleverslag. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de formulering van de lasten duidelijk was, de dwangsommen correct waren vastgesteld per overtreding per dag of week, en dat de waarnemingen van deskundige toezichthouders met ondersteunende foto’s voldoende waren voor een deugdelijke vaststelling van de overtredingen.
Daarnaast werden specifieke bezwaren over overtredingen van voorschriften 1.4.1 (schoonhouden inrichting), 8.1.3 (afwatering), en 10.5.3 (opslag gevaarlijke stoffen) inhoudelijk verworpen. De Afdeling bevestigde dat Noba in redelijkheid had moeten begrijpen dat de geconstateerde situaties een overtreding vormden en dat de rechtbank terecht de invordering van dwangsommen heeft gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Noba tegen de invordering van dwangsommen wegens overtreding van milieuvergunningvoorschriften is ongegrond verklaard.