ECLI:NL:RVS:2014:3246
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing openbaarmaking melding Inspectie voor de Gezondheidszorg wegens privacybelang
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de minister van Volksgezondheid van zijn verzoek om openbaarmaking van een afschrift van een melding aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). De melding betrof een klinische studie waarbij appellant betrokken was als plastisch chirurg. De minister had het verzoek afgewezen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waarbij het belang van de persoonlijke levenssfeer van de melder zwaarder werd geacht dan het publieke belang bij openbaarmaking.
Appellant voerde aan dat hij zich tegen de inhoud van de melding moest kunnen verweren en dat het algemeen belang gediend was bij toetsing van zijn handelen, maar de Afdeling oordeelde dat het publieke belang bij openbaarmaking en het belang van privacy van de melder tegen elkaar moeten worden afgewogen. De Afdeling bevestigde dat de melding zodanig persoonlijk van aard is dat effectieve anonimisering niet mogelijk is en dat de melder anoniem wilde blijven.
De Afdeling verwierp ook het argument dat de minister had moeten handelen volgens de Leidraad Meldingen IGZ 2010, aangezien deze leidraad niet door de formele wetgever is vastgesteld en alleen geldt bij nader onderzoek, wat hier niet aan de orde was. De Afdeling concludeerde dat de minister terecht het verzoek aan de Wob heeft getoetst en dat het hoger beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot openbaarmaking bevestigd.